Pleidooi voor een bibliotheek voor lezers

Sharing is caring!

Laat ik beginnen met een bekentenis: ik kom al jaren nog maar heel weinig in openbare bibliotheken. Dat heeft een aantal oorzaken en redenen:

  1. Van een rustige, sfeervolle leeszaal met veel boeken zijn bibliotheken vaak verworden tot hippe mediapaleizen met vooral veel beeldschermen waar “het gaat om de totaalbeleving”; de bibliotheek als informatiemakelaar. Gruwel! Mediatheken hebben ook hun bestaansrecht, maar waarom verenigd met de bibliotheek? Biblios betekende toch boek? Ik besef dat dit wat conservatief klinkt.
  2. In een bibliotheek is het zelden stil, of zelfs maar rustig, zo belangrijk voor de basisactiviteit verbonden aan boeken: lezen. De gunstige uitzonderingen niet te na gesproken natuurlijk, vandaar dat ik graag bepaalde universiteitsbibliotheken bezoek.
  3. Omdat ik zelf veel boeken koop, is mijn private bibliotheek (in elk geval kwalitatief) beter uitgerust dan menige dorpsbibliotheek en op bepaalde terreinen (literatuur, geschiedenis) zelfs beter voorzien (voor mij in elk geval) dan de betreffende afdelingen in grotere bibliotheken, hoewel bij een “inspectie” van de collectie van de Roermondse stadsbibliotheek het aangetroffen assortiment me niet tegenviel (rekening houdend met het feit dat men toch een breed publiek moet aanspreken).
  4. Ik heb een hekel aan boeken lenen. Ik leen ook nooit een boek uit, het idee al! Dan doe ik het nog liever cadeau (dan is het tenminste niet meer mijnboek dat bij een ander ligt te verstoffen of erger). Waarom ik niet van lenen hou:
    • Je treft beduimelde exemplaren aan. Iedereen mag ze mee naar huis nemen, maar leeft er mee zoals ze waarschijnlijk met de rest van hun spullen leven, met alle gevolgen van dien. Veel mensen zijn sloddervossen.
      Boeken zijn niet altijd op voorraad (ja, ik weet het, je kunt reserveren, maar daarmee heb ik het boek niet nu, net nu ik er zin in had).
    • Het boek dat ik zoek is er helemaal niet, verwijderd uit het assortiment, nooit in de collectie opgenomen (want te specifiek, te “oud”).
    • De boeken zijn doorgaans noodzakelijkerwijs “verstevigd” (in bibliofiele ogen: verminkt) om de mogelijkheid en impact van verminkingen door gebruikers te minimaliseren. Begrijpelijk, maar van het boek als “object van schoonheid” in zichzelf blijft dan niet veel over.
    • Misschien wel het allerergste: je moet de boeken weer terugbrengen, wat me altijd weer tegen de borst stuit (bezitsdrang, je kunt er niet op elk moment over beschikken).
    • Ja, erger nog: je moet ze binnen een afzienbare termijn terugbrengen (3, 4 of 6 weken meestal). Verlengen vind ik een hoop gedoe, en als er iets niet hoort bij ongedwongen lezen, dan is dat “gedoe”. Ik sla nog wel eens een boek voor de eerste keer open, dat ik in 1996 of 1997 gekocht heb (toen schreef ik nog wel eens een datumpje in boeken, foei!). Ik wist destijds al dat ik het boek wilde lezen, maar ik ben er nu pas aan toe. Boeken moeten vaak rijpen voordat ze klaar zijn om door mij gelezen worden, de allerbeste boeken wellicht wel het meest. Net als een goede fles wijn in je kelder, al heb ik die dan weer niet: boeken gaan bij mij nog vóór wijn.

Ik heb natuurlijk wel makkelijk praten: een redelijke opleiding genoten, waardoor ik boeken heb leren waarderen, een vaste baan, waardoor ik in de positie ben dat ik boeken relatief makkelijk kan aanschaffen én de ruimte heb kunnen vrijmaken om ze thuis te stallen in een comfortabele omgeving. Ik ervaar het als een enorme luxe dat ik elk moment van de dag, zonder de deur uit te gaan of een computer op te starten over zoveel teksten te kunnen beschikken, geheel naar de luimen van dat moment.

Minder courante maar toch belangrijke boeken

Natuurlijk is lang niet iedereen zo bevoorrecht, en dat is precies de reden waarom ik denk dat (openbare) bibliotheken zo belangrijke cultuurdragers zijn. Er zijn tal van mensen die financiële middelen en/of ruimte ontberen, dan wel andere belemmeringen ondervinden, waardoor “het boek” en lezen behoorlijk hoogdrempelig kunnen zijn. Elke maatschappij die zijn bevolking en het hippe woord “kenniseconomie” serieus neemt, zou die drempels juist zo laag mogelijk moeten maken. En daar valt wat mij betreft ook (literaire) fictie onder.

Vooral voor kinderen geldt, dat behalve via moderne media (tv, internet) ook boeken een wereld voor ze kan openen. Dat is mijzelf gelukkig al jong gebeurd. Hoewel mijn ouders mij ook wel regelmatig een boek kochten, was ik als kind en tiener (1978-1988) kind aan huis bij de plaatselijke wijkbibliotheek in een buitenwijk van Maastricht, die (toen in elk geval nog) behoorlijk was voorzien, zowel voor kinderen als volwassenen. Je zocht natuurlijk wat je kende, maar je liep gelukkig ook nog tegen zoveel andere boeken aan, en als kind stuitte je op volwassen boeken die net niet of net wel al geschikt voor je waren (horizon verleggen). Dat per ongeluk tegen (voorheen onbekende) boeken aanlopen, vind ik misschien nog wel het belangrijkste wat je kan overkomen in een bibliotheek.

Om die reden moet een bibliotheek vooral veel boeken bevatten en boeken ook niet te snel uit de collectie verwijderen. Ik heb enkele jaren geleden voor een appel en een ei de 10-delige Moderne Encyclopedie van de Wereldliteratuur gekocht (die heden ten dage antiquarisch toch tussen de 70 en 225 euro kost). Leuk voor mij, maar het is natuurlijk grote schande dat de betreffende bibliotheek, zo belangrijk binnen een plattelandsomgeving, deze boeken “aan de straat zet”. Ruimtegebrek? Helemaal niet! Mij valt juist op in veel openbare bibliotheken hoeveel ruimte er niet wordt gebruikt, laat staan ruimte voor boeken. Lage kasten (want iedereen moet er zonder trapje of bibliotheekmedewerker bij kunnen), ver uit elkaar opgesteld, die bovendien maar voor de helft gevuld zijn. Lege en halflege schappen (want boekenplanken tref je in de gemiddelde belevingswinkel niet aan): het is soms echt armoe troef. Een bibliotheek hoeft helemaal niet “ruimtelijk” en “transparant” te zijn, een bibliotheek mag best overvol zijn, van boeken!

Is ook de bibliotheek ten prooi gevallen aan ons quasi-nuttigheidsdenken, aan de eis tot commercieel succes, tot economische (korte termijn) rendabiliteit? Veroordeeld tot het gemak van de grootst gemene deler? Ik heb er weinig verstand van, maar ik heb gehoord en gelezen dat een bibliotheek “rendabel” moet zijn, dat de uitleencijfers omhoog moeten, en dus staan er rekken vol chicklit, science fiction en thrillers, boeken met potentieel hoge uitleencijfers, vermoed ik. Niet dat die boeken er volgens mij niet zouden moeten staan, maar waarom niet ook de minder toegankelijke boeken? Waarom zou je als bibliotheek moeten aanmoedigen tot het lezen van boeken die door een groot deel van Nederland al gelezen worden? Waarom zou een bibliotheek alleen of vooral boeken moeten hebben die toch al bij tien- of honderdduizenden worden verkocht (en dus gekocht door particulieren)?

Ik heb veel bewondering voor de bibliothecaris (m/v) die, tegen de keer in, probeert te redden wat er te redden valt. Die zelf ook graag boeken leest. Die probeert een collectie veelzijdig te houden met af en toe een minder voor de hand liggend boek. Die gepassioneerd boeken weet aan te bevelen: “Als je dát leuk vindt, misschien moet je dan ook eens…” of “Als je nou eens een iets moeilijker maar heel mooi boek wilt lezen, dan…” etc. De laatste geluiden stemmen niet optimistisch: bibliotheken moeten sluiten dan wel gemigreerd worden naar een “servicepunt” (die vreselijke terminologie kan vaak nauwelijks verhullen dat om kaalslag gaat) en er moet bezuinigd worden op medewerkers (naast de boeken je eigenlijke kapitaal als bibliotheek).

Voor de lezer lijkt er één punt van hoop te gloren, maar dat heeft weinig met de bestaande bibliotheken te maken: digitale bibliotheken. Veel “incourante teksten”, oudere en specialistische boeken komen beschikbaar in het publieke domein via internet. Het is verrukkelijk wat je bijvoorbeeld kunt vinden op de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), en ook een initiatief als de eBooks eregalerij is toe te juichen (hoewel nog beperkt qua aantal teksten). Internationaal is er het onvolprezen Gutenberg project en zijn er online tekstverzamelingen als bijvoorbeeld de fraaie Bibliotheca Augustana. Er kleeft hier echter een nadeel aan: de mensen die deze bronnen gebruiken, zijn – zo schat ik in – doorgaans toch al aardig geletterd en weten hun weg toch wel te vinden. De vraag is of en hoe je hier het publiek mee bereikt dat je juist nog moet veroveren. Een fysieke, goed toegankelijke bibliotheek, met “echte” boeken in de rekken, die je al dan niet per ongeluk tegenkomt, blijft naar mijn smaak onmisbaar.

 

4 reacties

  1. Op mijn diploma staat bibliothecaris, mijn functie nu is informatiemedewerker. Het kan mij allemaal niet zoveel schelen hoe het heet. Ik weet dat in de wetenschappelijke wereld de bibliothecaris de directeur is van de bibliotheek, in de openbare bibliotheekwereld worden deze begrippen door elkaar gebruiikt. Ik schrijf vanuit de beleving van het helpen van klanten bij het zoeken naar informatie in de openbare bibliotheek. Op een efficiente wijze toegankelijk maken van informatie is een essentiele randvoorwaarde.
    Wat doe je vervolgens met die klant in de bibliotheek (of via de mail, de telefoon, digitale vraagbaak zoals http://www.ibi.bibliotheek.nl enz.)?
    Iets wat in mijn ogen nog steeds benoemd kan worden als Inlichtingenwerk (vak dat ik indertijd al op de Frederik Muller Academie kreeg). In een gesprek/interview met de klant probeer je zo duidelijk mogelijk de behoefte van de klant te achterhalen (welke informatie, waar is het voor bedoeld?) om vervolgens de klant wegwijs te maken in de overvloed van informatiebronnen (daarvan zijn er natuurlijk héél veel meer nu dan toen ik begon in het vak) . Het overdragen van mediawijsheid is daar onlosmakelijk mee verbonden, dat begrip is niet voor niets ontstaan nu bijna alle informatie via Google wordt gezocht. Hoe zoek je efficient, hoe betrouwbaar is de informatie, hoe beoordeel je de bron? Ik vat het samen als: de klant bij de hand nemen. De één heeft voldoende aan een klein stukje naast je lopen en kan het vervolgens zelf, de ander wil een stevige arm. Ook vind ik het belangrijk mensen aan te spreken die ogenschijnlijk alles wel zelf kunnen vinden. Als je in gesprek gaat, blijken ze vaak toch behoefte te hebben aan het specificeren van hun vraag en daar kunnen wij ze nu juist uitstekend bij helpen!
    Wat ik wel erg jammer vind in de openbare bibliotheekwereld, is dat er met alle zelfbedieningsapparatuur én de bezuinigingen (hoeven niet samen te gaan, maar doen het helaas wel), te weinig tijd is voor het echte inlichtingenwerk. In de meeste bibliotheken is er maar één informatiemedewerker/MIA (medewerker informatie en advies) per dienst aanwezig. Een fatsoenlijk interview afnemen lukt dan lang niet altijd. Maar als het goed lukt en mensen gaan tevreden de deur uit, is het wel enorm bevredigend.
    Gisteren sprak ik een mevrouw die met haar 2 kinderen in de bibliotheek was en die jaren geen lid was geweest. Ze genoot zichtbaar zo enorm van al het aanbod wat tot haar beschikking stond, dat ik er helemaal blij van werd.
    Ik heb ruim 20 jaar functies in de backoffice en het management vervuld en vind het heerlijk om nu naar de basis terug te keren. HIer doe ik het voor!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *