Net als papa

Sharing is caring!

Volgens mij behoeft Raymond Snijders geen introductie! Daarbij ben ik veel te trots op het feit dat hij een gastblog wilde verzorgen.  En dat terwijl hij het volgens mij altijd razend druk heeft met zijn eigen Vakblog. De laatste in de serie ter ere van het drie jarig bestaan van Bibliofuture is er een waarbij ik mij geheel kan aansluiten, zonder nu al iets verklapt te hebben.

Tegenwoordig kom ik weer regelmatig in de openbare bibliotheek. Niet alleen in de bibliotheek bij mij in de buurt – de kinderen willen er elke week wel naar toe – maar ook bij andere grote en minder grote bibliotheken in de rest van Nederland. Dat doe ik deels omdat ik voor mijn eigen blog bijzondere boekenplekken wil vastleggen maar deels ook omdat ik iets van dat magische gevoel wil herbeleven van toen ik zelf als jongetje in de bibliotheek kwam. En wat zoveel indruk maakte dat ik toen al zeker wist dat bibliotheken de beste en mooiste plekken op aarde waren. Ook al kon ik toen niet verwoorden waarom dat zo was. Dat is het lastige en tegelijk het mooiste van een magisch gevoel, nietwaar?

Vooruitblikken naar de bibliotheek van de toekomst begint voor mij in elk geval met terugblikken naar de bibliotheek van vroeger. Mijn eerste bibliotheek stond in Mariaparochie waar ik als klein jongetje dwaalde langs (gevoelsmatig) oneindig lange kasten om me te laten verrassen door nieuwe boeken of doelgericht naar het goede boek afliep als ik in de kaartcatalogus iets had gevonden dat ik voor een spreekbeurt kon gebruiken. Van bibliotheekautomatisering, internet of ebooks hadden de dames die de boeken innamen en uitleenden nog nooit gehoord. Ze vonden de invoering van het mechanische Karto systeem van Karmac – waarbij labels in boeken i.c.m. de bibliotheekpas werden gefotografeerd op microfilm en centraal de aanmaningen verwerkt werden – al pure science fiction. Ook maakten ze zich niet druk over het pand waar de bibliotheek in zat en het feit dat het een eigenlijk kleine ruimte was, volgepropt met boekenkasten, zonder een tweede verdieping leidde geenszins af van de functies die de bibliotheek vervulde. Je kon er meer boeken vinden dan dat je ooit gezien had, je kon informatie opzoeken over alles wat je interesse maar had en kennismaken met onderwerpen en boeken waar je nog nooit van gehoord had. En dat alles terwijl het bibliotheekpersoneel je aanmoedigde, op weg hielp en je uitlegde hoe je het beste gebruik kon maken van alle mogelijkheden. Jong als ik was begreep ik meteen wat er zo bijzonder was aan een bibliotheek: het richt zich niet op specifieke onderwerpen of zelfs alleen maar de aanwezige boeken in de collectie, nee het is de toegangspoort tot ALLE kennis, alle informatie en alle boeken. De enige beperking die het heeft is de beperking die je er als gebruiker zelf op legt omdat je de mogelijkheden er niet van ziet. Ik besloot toen dat ik daar zelf onderdeel van wilde uitmaken en dat is precies wat ik gedaan heb.

Ruim dertig jaar later in het hier en nu is er nogal wat veranderd, dat behoeft geen toelichting. Bibliotheken zijn niet meer vanzelfsprekend de eerste en enige plekken waar je naar toe gaat om meer te weten te komen van de wereld om je heen. Onder druk van de opkomst van de informatietechnologie, het internet en afnemende prioriteit als het om de bekostiging van bibliotheken gaat, focussen de bibliotheken zich op de nieuwe taken die bij dezelfde klassieke functies horen. En die zijn natuurlijk ook niet verouderd. Zelfs in de nieuwe, net aangenomen, Bibliotheekwet komen feitelijk dezelfde functies terug als die het filiaal Mariaparochie dertig jaar geleden ook al vervulde:

1. ter beschikking stellen van kennis en informatie;
2. bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie;
3. bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur;
4. organiseren van ontmoeting en debat; en
5. laten kennis maken met kunst en cultuur.

Het vermeldt echter niet hoe je daar het beste invulling aan kunt geven. Logisch want in een wet leg je niet een werkwijze vast maar wat het beoogt te bereiken, maar het laat nu wel bijzonder veel ruimte over voor elke gemeente en elke bibliotheekorganisatie om zelf een eigen invulling te geven aan wat een bibliotheek zou moeten zijn. En dat is niet per se een positief iets als je kijkt naar de zeer diverse keuzes die gemeentes en de bibliotheken de laatste jaren gemaakt hebben. Afhankelijk van waar je woont heb je een moderne bibliotheek in een prestigieus pand, een filiaal met vooral rijen boekenkasten en enkele computers (als die al niet wegbezuinigd zijn) of eigenlijk dezelfde bibliotheek die je de laatste 20 jaar ook al had met wat aanpassingen aan de moderne tijd.

Maar in de essentie hebben alle vernieuwingen de laatste jaren – met gelukkig veel uitzonderingen – zich toch gericht rondom zaken als inrichting en facilitering. Nieuwe aantrekkelijke gebouwen, samenwerken met andere culturele of maatschappelijke instanties, zelfservice en het anders presenteren & opstellen van collecties. Niks mis mee maar mij hebben ze ermee als gebruiker verloren ergens in het begin van deze eeuw. Ik heb de informatietechnologie omarmd, ben vol op de digitale informatiebronnen en ebooks gedoken en zit feitelijk al meer dan tien jaar te wachten tot de bibliotheken dat ook gaan doen.

“Ter beschikking stellen van kennis en informatie”. Het staat als eerste genoemd in de Bibliotheekwet en hoewel dat geen rangorde op belangrijkheid is, staat die functie er wat mij betreft terecht als eerste. Maar wat ik enorm mis is een beeld, visie en natuurlijk invulling van wat bibliotheken moeten en kunnen doen om in 2014 nog steeds relevant te zijn als het gaat om het ter beschikking stellen van kennis en informatie. Het is ook wat ik miste in het lange traject waarin Nederlanders zelf (uniek en voor het eerst!) geconsulteerd werden over het eerste bibliotheekwetsvoorstel en wat later na brede politieke discussies leidde tot het definitieve wetsvoorstel.

Maar wat is de visie van de bibliotheken zelf?

Ik kom er dus niet achter merk ik. Bij mijn bezoeken aan de diverse bibliotheken dit jaar zie ik prachtige nieuwe gebouwen. Of mooie nieuwe inrichtingen van bestaande gebouwen. Er is veel energie gaan zitten in het herverpakken en presenteren van collecties – tot mijn chagrijn want schijnbaar is het niet meer de bedoeling om gericht titels er in terug te vinden – maar diensten die voortkomen en gekoppeld zijn aan het oneindige aanbod van digitale informatie zijn er nog steeds nauwelijks te vinden. De fysieke collecties staan nog steeds centraal in de dienstverlening van bibliotheken en dankzij de grootste groep trouwe gebruikers – de jeugd en de ouderen – komen ze daar ook prima mee weg.

Maar hoe lang nog?

Bibliotheken ontplooien prachtige initiatieven als je naar de overige functies kijkt. Educatie, ontmoeting, cultuur en een duidelijke sociale rol in deze maatschappij. Ik kijk vol vertrouwen naar de toekomst van de bibliotheken als het om al die andere functies gaat. Maar ik zie het fout gaan met die eerste. Die ik zo belangrijk vind omdat een bibliotheek meer moet zijn dan een gezellige ontmoetingsplaats waar je boeken kunt vinden en internetpc’s. Hoe nuttig en wenselijk dat ook is en zal blijven.

Dertig jaar geleden had ik de woordenschat er niet voor maar de kernrol van een bibliotheek is een weloverwogen en relevante selectie aan te bieden van de beschikbare kennis en informatie aan de gebruikers. Dat vertaalde zich toen logischerwijs naar het aanbieden van boeken en tijdschriften en daar werden vele prachtige diensten omheen ontwikkeld. Die kernrol is nu echt niet anders maar is het complexer geworden om uberhaupt een selectie te maken en dat aan te bieden. Daarvoor wordt er te veel informatie en kennis geproduceerd en kan het ook niet meer in een fysiek pand worden gestopt. En omdat het lastig en complex is wordt er vaak voor de weg van de minste weerstand gekozen, nl het focussen op waar je wel grip op hebt. Je fysieke collectie en je fysieke ruimtes.

Je mag het selectie noemen, je mag het curatie noemen en je mag het de eerste kernfunctie van de bibliotheek noemen maar de bibliotheken van straks zullen toch echt aan de slag moeten met het ter beschikking stellen van digitale informatie en kennis daarover ontwikkelen. En bibliotheken moeten bovenal het collectiedenken los laten want een bibliotheek is niet meer de plek die de informatie en kennis zelf kan aanbieden. Bibliotheken moeten bemiddelen en verwijzen. Tussen de vragen en behoeftes van hun gebruikers en het aanbod van duizenden, zo niet miljoenen, informatieleveranciers. Samen met de klanten op zoek naar antwoorden, kennis en informatie ongeacht de informatievraag en ongeacht waar de antwoorden zich bevinden.

Waarom niet verwijzen naar een handige website (die niet van de bibliotheek is)? Waarom niet vragen via Twitter, Facebook, de eigen site, mail enz beantwoorden? Waarom niet pro-actief informatie aanbieden over actuele inhoudelijke onderwerpen ? Waarom niet verwijzen naar een geschikt boek of ebook bij Bol.com zonder het idee te hebben dat je het zelf in de collectie had moeten hebben? Waarom niet zorgen dat je jezelf onderscheidt van Google of al die andere informatieleveranciers die allemaal gespecialiseerd zijn in dingen aanbieden die je als bibliotheek niet kunt aanbieden?

De bibliotheken staan, denk ik, op een kruispunt in hun bestaan. Ze kunnen min of meer rechtdoor gaan op een rustige weg en de lijn van de afgelopen jaren voortzetten. Met het verder polijsten van hun fysieke dienstverlening en zich vol overgave op de vier kernfuncties storten die ze eigenlijk al best goed voor elkaar hebben. Ze kunnen ook die lastige route nemen die weliswaar ruwweg dezelfde kant op gaat maar waar je niet vlotjes kunt doorrijden en waar je elke paar meter goed moet uitkijken voor je mede weggebruikers omdat het er wel eens ruw aan toe kan gaan. En je geen idee hebt of je dan wel op tijd aankomt.

Mijn dochter van vijf vertelde vorige week dat ze bibliothecaris wilde worden. Net als papa. Ik heb haar nog niet verteld dat ik me bezig houd met digitale bronnen, licenties en auteursrecht in een onderwijsbibliotheek. Ze denkt dat ik de hele dag rondloop tussen de boekenkasten, vergelijkbaar met die van de wijkbibliotheek waar ze zo graag komt om boeken uit te zoeken. Digitale informatie boeit haar nog niets maar ik weet zeker dat ze daar in deze informatiemaatschappij anders over gaat denken naar mate ze ouder wordt.

Ik hoop alleen echt dat de bibliotheken met haar mee zullen groeien. Zodat zij niet over dertig jaar terugblikt op de bibliotheek toen het nog die magische plek vol met boeken was en waar ze al vele jaren niet meer geweest is omdat het haar niets meer te bieden heeft.

Net als papa.

Bron foto: Pixabay.com

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *