5 jaar Bibliofuture: Gastblog Edwin Mijnsbergen

Sharing is caring!

Spiegeltje

Ha die Joost,

Je vroeg me of ik zin had om een gastblog te schrijven in het kader van vijf jaar Bibliofuture. Daar hoefde ik niet zo lang over na te denken. Natuurlijk wil ik dat. Ik waardeer jou en je online activiteiten zeer, en met je verzoek raak je toch weer aan die gevoelige snaar, aan die oude liefde die ik een jaar of twee geleden vergeleek met het houden van een voetbalclub als Feyenoord.
Bibliotheken, biblioblogs, digitalisering, de toekomst van erfgoedinstellingen: het zijn dingen die dik 15 jaar als een rode draad door mijn denken en doen hebben gelopen en het zijn ook precies die dingen waar jij al zo lang mee bezig bent. Vijf jaar lang op Bibliofuture, maar ook elders. In je werk, op externe platformen, en godbetert, op allerlei feestelijke bijeenkomsten. Jij en ik hebben veel gemeen.

Maar we zijn ook heel anders, en juist daarom ben jij altijd een interessant spiegeltje voor mij. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik waarschijnlijk wel tachtig procent van je online uitingen in de afgelopen vijf jaar heb gezien. Het gebeurde regelmatig dat ik dacht: “Oh, Joost, had je dat nu niet een klein beetje anders kunnen formuleren? Dit gaan mensen anders uitleggen dan jij het hebt bedoeld.” Om dan even later te beseffen dat mijn eigen uitingen maar al te vaak precies hetzelfde effect sorteerden. Als je schrijft vanuit je hart, en zonder al te veel om te zien, dan roep je ook wel eens dingen die je achteraf gezien wellicht anders zou hebben geformuleerd, of zelfs helemaal niet. Teksten bevatten dan ook wel eens foutjes, of te haastig getrokken conclusies. Onze toon en schrijfstijl verschillen van elkaar,maar de manier waarop we schrijven heeft veel overeenkomsten.

Des te interessanter vind ik het om te zien je toon en stijl aan het veranderen zijn. Hoe lang dat aan de gang is weet ik niet precies, maar ik houd het er maar even op dat die ontwikkeling ongeveer een jaar geleden is begonnen. Je toon is wat milder en preciezer. Kritiek combineer je nu wat vaker met mogelijke oplossingen. Zeker weten doe ik het niet, maar iets zegt me dat dat ook het gevolg is van de kritiek die jouw kritiek soms opriep, van het opleidingstraject dat je hebt gevolgd én, vlak het nooit uit, van de invloed van de vrouw in jouw leven. Ik ken haar niet en weet verder helemaal niks van jullie relatie, maar het zou zomaar kunnen dat de liefde je wat meer rust brengt, en daarmee ook je toon verzacht. Het is maar een gok, maar toch.

Betreur ik dat, als persoon die houdt van reuring en die een broertje dood heeft aan het mooie weer dat overal gespeeld wordt? Nee, integendeel. Zelfs op dat vlak ben je een soort spiegeltje. Ook hier geldt dat de loopbanen die wij volgen te veel van elkaar verschillen om met elkaar vergeleken te worden, maar ik heb wel de indruk dat we allebei zijn gaan beseffen dat het pad van de afbraak een heilloze is in de bibliotheeksector. ‘Afbreken is ook opbouwen’ als credo. Ja prima, maar niet in een sector die sowieso al wordt afgebroken. Dat ervaren de betrokkenen gewoonweg als te pijnlijk. We schreven allebei regelmatig over het slopen van muren en heilige huisjes, en hijgden tegelijkertijd over alles wat in onze ogen open zou moeten zijn, en over waar ons inziens de échte kansen voor bibliotheken liggen, maar we hebben allebei ook moeten constateren dat die weg kansloos is, tenzij je grotendeels meegaat in het circus zoals de leiders van de branche dat voor ogen hebben. Daar hoef ik je niet veel meer over uit te leggen. Jij stond bijna dagelijks te mokeren op het visieloze gebruik van gebouwen, ik bleef maar hameren op de onbenutte kansen online. Het was niet zo dat niemand geloofde in de voorstellen die we online deden, maar als je wilt dat ideeën werkelijkheid worden moet je heel lang praten in allerlei overlegstructuren, jarenlang presentaties verzorgend op juichcongressen en gerelateerde cursussen ontwerpen die geschikt zijn voor alle doelgroepen. Want je weet: de hele club moet worden meegenomen, zelfs als bekend is dat die weg ‘m zeker niet zal gaan worden.

Wat jij de komende jaren precies zal gaan doen weet ik natuurlijk niet. Als ik het goed heb gelezen ben je daar zelf ook nog niet helemaal uit. Maar ik heb wel het gevoel dat je een afslag hebt genomen die beter is voor jou, en voor de mensen om je heen. Mijn gevoel zegt me ook dat jij een directeur hebt die echt bereid is je te steunen. Haar moet je koesteren. Zulke mensen zijn veel constructiever om mee te werken dan de grote ego’s voor wie alleen de afvinkcultuur telt. Maar welke weg je ook volgt, de kans is best groot dat ik je blijf volgen. Want hoewel ik, voor wat betreft mezelf, slechts kan constateren dat mijn relatie met het vak nooit brozer is geweest dan momenteel, volg ik alle ontwikkelingen nog steeds met veel interesse. Altijd is er nog die hoop, zoals bij al die Feyenoordsupporters die ieder jaar in augustus weer het gevoel hebben dat het moet kunnen, kampioen worden. Hoop doet leven. Zelfs als je ziet dat het aankoopbeleid van de club dubieus is (Business Control, anyone?).
Op naar de volgende vijf jaar Joost.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *