GAAN WE NIET EEN BEETJE DOOD VAN BINNEN?

Sharing is caring!

Tijdens het jubileumcongres van de NVB waren er eigenlijk maar twee voordrachten die zich volledig richtten op het vak: die van Lee Rainie en Michelynn McKnight. Rainie vertelde over de drie grote opeenvolgende informatierevoluties (breedbandinternet, mobiel en social networking) en hun betekenis voor het vak. Hij sloot af met de boodschap dat hij informatieprofessionals daarin een voorname rol toedicht, mits men niet bang is voor verandering. De vaardigheden van de informatieprofessional zijn volgens hem namelijk op maat gesneden voor de informatievragen van deze tijd. McKnight is het daarmee ten dele eens, want maakt een duidelijk onderscheid tussen behoudende en vooruitstrevende krachten. Of in haar harde woorden:

“We can be rigid when we are dead, until then let’s be agile.”

De boodschap van McKnight kunnen we alleen maar kan toejuichen, maar kent een aantal lastige facetten, waarvan het financiële het meest prominent is. Waarom? Om maar even kort door de bocht te gaan: om agile (vooruitstrevend, flexibel, innovatief) te zijn heb je medewerkers nodig die dit in zich hebben. We zijn ervan overtuigd dat het een eigenschap is die ín mensen zit. Noem het ondernemend of creatief, het zit in je genen. Als organisatie sta je dan voor een keuze: ga je aan de slag met (deels ongeschikte) bestaande medewerkers, of laat je je voeden met nieuw bloed? De meesten zullen terecht een middenweg kiezen, maar bij bezuinigingen gebeurt dan het onvermijdelijke: de laatste groep kan het shaken, want staat met hun tijdelijke contract als eerste weer op straat. Jeroen en Joost weten wat het is. Eerstgenoemde werd afgelopen zomer de wacht aangezegd en dat was al de derde keer dat dat gebeurde. Reorganisatie of bezuiniging en in het bezit van een tijdelijk contract? Dan heb je pech, ongeacht je kwaliteiten of rol binnen de organisatie.

Hij prijst zich ontzettend gelukkig met het feit dat hij direct weer aan de slag kon, overigens mede dankzij zijn vorige werkgever (en dan ook nog eens in een betrekking die hem nóg beter past), maar voor een aantal collega’s gaat die vlag niet op. Wat heeft dat voor gevolgen voor de betreffende organisaties? Het betekent in ieder geval dat men (extra) vooruitstrevende en ambitieuze medewerkers mist. En is dat geen ongewenste constatering in een tijd die juist vráágt om een nieuwe invulling van het vak en waarbij het liefst alle mogelijke arbeidskrachten aangewend worden? Zegt u het maar.

Laat er overigens geen misverstand over bestaan dat wij zouden beogen dat oudere medewerkers per definitie vervangen moeten worden door nieuwe. Integendeel! We kennen talloze collega’s die al sinds jaar en dag bij een bibliotheek werken en nog iedere dag vol vuur aan de slag gaan en elke nieuwe ontwikkeling positief kritisch tegemoet treden. En waarvan iedereen ontzettend veel leert, omdat (levens)ervaring onbetaalbaar is. Maar jammer genoeg zien we ook een groot deel dat deze kwaliteiten (want dat zijn het) helaas ontbeert. Bij wie het vreemd genoeg lijkt te ontbreken aan een prikkel om zichzelf te informeren. En dat in een tijd dat het werk van de informatieprofessional een grotere uitdaging lijkt dan ooit te voren. Wij vragen u in alle oprechtheid: hoe groter kan een paradox zijn?


Daarnaast zijn er ook organisaties die agile medewerkers in huis hebben maar ze niet (of onvoldoende) willen inzetten, waardoor ze door allerlei redenen op een dood spoor terecht komen of in ieder geval dat gevoel krijgen. Terwijl de agile medewerker ziet dat er collega’s zijn die geen zin meer hebben in nieuwe ontwikkelingen, zitten zij zelf op de reservebank.  Na twee jaar met enthousiasme te hebben gewerkt als invalmedewerker zonder enig zicht op vast werk vertrok Joost bij zijn bibliotheekorganisatie, na enige tijd op die reservebank te hebben moeten zitten. Maar wel agile genoeg om door NVB voorzitter Michel Wesseling aangetrokken te worden om als vrijwilliger de NVB  via sociale media een gezicht te geven. En zo zijn er natuurlijk nog legio verhalen te vertellen van mensen die zich  in een dergelijke situatie bevinden. 

Is het dan de realiteit dat de minderheid de meerderheid op sleeptouw neemt? En wanneer wordt iemand als ongeschikt voor de nieuwe opdracht beschouwd? En zijn degenen die dat bepalen zelf ook wel voldoende toegerust om goed te kunnen vaststellen wat er nodig is? Of om McKnight ietwat te parafraseren: gaan we alvast niet een beetje dood van binnen als het nieuwe bloed buiten staat? Bibliotheken zouden wat ons betreft nieuwe aanwas met open armen moeten kunnen ontvangen, in plaats hen geen, danwel een onzekere toekomst te bieden. 

Daarom doen we een verregaand voorstel: wordt 1 januari 2014 een nieuwe start met een zogenaamd level playing field? Alle contracten van medewerkers van openbare bibliotheken worden ontbonden en omgezet in een tijdelijk jaarcontract. Op basis van vastgestelde competenties krijgt iedereen gelijke kansen een loopbaan binnen de openbare bibliotheken van de 21e eeuw op te bouwen. We zijn benieuwd naar jullie kijk op het door ons geschetste beeld. Hebben we een punt?

Jeroen de Boer

Joost Heessels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *